Op de stormdag was ik in Bussum. Johan en ik moesten met de trein naar Den Helder toe. We vertrokken vroeger dan gepland, omdat de storm toen nog niet zo hevig was. Kwart voor één zou de trein vertrekken. De trein reed niet. Dan maar de sneltrein van 1 uur. Hij kwam allereerst al te laat aan en vertrok richting Weesp. Waren we bijna in Weesp ging de trein erg lang stilstaan en werd er omgeroepen dat we even op een klein dingetje moesten wachten. Kwartier verder ging de trein weer rijden, de verkeerde kant op. "Dames en heren we gaan weer terug naar station Naarden-Bussum, want het is te gevaarlijk om door te rijden." Ok, we waren weer terug bij af. Dan maar via Utrecht proberen. Wij in de sneltrein richting Amersfoort om in Hilversum over te kunnen stappen. Toen zagen we dat de trein waar wij uit kwamen stoptrein naar Utrecht werd. Gauw overstappen. Weer een half uur wachten voor er werd omgeroepen dat de trein naar Utrecht ook niet ging. Hmmm... Maar weer naar pa en ma dan...
Uiteindelijk heeft pa ons naar Den Helder gebracht met de auto. De schat. Het leek hem leuk om even naar de zee te gaan kijken. Ik wilde dolgraag mee, maar Johan vond daar geen bal meer aan, want hij heeft dat al zo vaak gezien. Hij bleef thuis. Pa en ik naar de dijk. Ik vond het te link om op Kaaphoofd op de dijk te staan met de auto. Het waaide veel te hard. Bij Nogal-Wiedus (café-restaurant) vond ik het ook te eng... we parkeerden de auto aan de voet van de dijk en wilden lopend verder gaan.
Alleen de auto uitkomen was al een groot probleem. Zoveel wind stond er. Met veel pijn en moeite klommen we de trap op. Eenmaal boven kreeg je een klap in je gezicht van de boze wind. Papa ging een gokje wagen achter de houten palenschutting te komen. Hij vloog er bijna heen. Hij kwam zelfs even helemaal los van de grond. Ik bleef me krampachtig vasthouden aan de trapleuning en vol ontzag tuurde ik de wilde zee in. Wat was die hoog!! En gigantisch wat een golven. Geweldig om te zien. Toen ik genoeg had van die sterke zeewind in mijn gezicht kroop ik op handen en knieën naar de schutting toe. Hier stonden we beschut tegen de wind en genoten volop van dit natuurgeweld. Wat een kracht en wat een ontzag!! We gingen op een bankje zitten aan de kant waar de wind blies. Zo'n harde koude wind die doordrenkt was met zout zeewater sloeg ons in het gezicht. Iedere tel weer. We hadden het gauw gehad. Gauw weer veilig achter de schutting.
Intussen was het ontzettend druk geworden bij Nogal-Wiedus. Er waren wel vier brandweerwagens en auto's mochten niet meer van en naar de parkeerplaats toe. Het glazen dak van Nogal-Wiedus stond namelijk recht omhoog en klapperde als een vlag in de wind. Ieder moment kon het afbreken en enorme schade gaan aanrichten. Pa en ik hielden het voor gezien. We vlogen naar de trapleuning en liepen langzaam en gestaag naar beneden. Naar boven was moeilijk, maar naar beneden was ook niet bepaald gemakkelijk. We maakten voorzichtig de autodeuren open en wij klommen in de auto. Eenmaal veilig en beschut was er even een heftige uitlating. Dit natuurgeweld zullen wij niet snel meer vergeten.
Terug naar het overzicht met logjes |